De Vroege Verkade’s van een Verzamelaar

Kees Verkade, de eind 2020 overleden kunstenaar, is misschien wel de bekendste Nederlandse beeldhouwer. Zijn kunstenaarschap begon aan de Haagse Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten en strekte zich uit over een periode van zestig jaar.  Talloze beelden sieren Nederlandse steden, van Hilversum, Haarlem, Rotterdam tot Eindhoven, Den Haag en Scheveningen. Succes heeft hij vanaf het allereerste begin gehad, in binnen- en buitenland. Een Amerikaanse fotograaf, David Douglas Duncan, ontdekte zijn beeldjes op een Haarlemse kunstmarkt en nadien ging het snel. Amerikaanse filmsterren kochten zijn sportbeelden in allerlei variaties, ook omdat al gauw een artikel gepubliceerd was in Times Magazine over ‘the shy Dutch artist’. Blanco cheques van beroemde filmsterren gleden door de brievenbus. Hij kon de opdrachten nauwelijks aan.

Kees VerkadeVoor de ware kunstliefhebber zijn deze vroegste sport- en spel sculpturen het meest artistiek én het moeilijkst te bemachtigen omdat hij ze in zijn jeugd slechts in heel kleine oplages maakte: eerst unica (één enkel stuk), dan in de jaren 70 een oplage van 3, later oplages van 6 of van 8. Bijzonder zijn ze qua vormgeving: snel gemodelleerde figuren waarbij de was of de klei in dotjes aan het frame (de ‘armatuur’) geduwd is, de ledematen dun, uitgetrokken lijkt het wel. Ze doen qua vormgeving daarom enigszins denken aan de beroemde beeldhouwer Giacometti. Het ging bij Verkade echter vooral om de beweging en de balans. Zijn sportfiguren en zijn indianenbeeldjes die hij naar aanleiding van een reis naar Amerika maakte, zijn daar mooie voorbeelden van. Het handwerk van de gegoten beeldjes deed hij als ‘een ambachtsman’, zoals hij zich graag noemde, altijd zelf. Na het gieten in de bronsgieterij ging hij ze in zijn atelier afwerken, de gietnaden wegwerken en polijsten (ciseleren) en het patina (de kleur) aanbrengen. Ook de sokkels maakte hij zelf van hout of zocht de steensoort uit.

 

Kees VerkadeIn Zuid-Frankrijk lag het vervolg van zijn carrière. Nadat hij bij Paul Gallico (een Amerikaanse schrijver) in Antibes een beeld kwam afleveren, ontmoette hij daar zijn toekomstige vrouw Ludmilla, de stiefdochter van Gallico, en balletdanseres in Londen. De dans zou, naast de intieme scènes van zijn gezinsleven, een ander belangrijk thema  in zijn werk worden. Via zijn schoonmoeder, hofdame bij Prinses Gracia, kwam hij in contact met het Monegaskische hof. Prinses Gracia kende zijn werk al uit de filmwereld van de U.S.A. en nodigde hem uit voor ballet- en circusvoorstellingen, zodat hij schetsen kon maken voor toekomstige beelden. Verkade verzorgde vanaf dat moment de prijzen bij het jaarlijkse circusfestival, meestal clowns. In het ministaatje verrezen bovendien grote beelden vóór het stadion, het ziekenhuis en bij het paleis. Na de plotselinge dood van Prinses Gracia maakte hij voor Prins Rainier een prachtige beeld van ‘de prinses op de rots’, waarbij halverwege de japon uitliep in rotsblokken. Het kreeg een plaats in de rozentuin die voor haar was aangelegd.

Ook in Nederland volgden de opdrachten tot 2020 elkaar op. Op de boulevard in Noordwijk verscheen Wilhelmina, in Eindhoven de manshoge figuur van ‘meneer’ Frits Philips, het koninklijk paar Juliana en Bernhard vóór paleis Soestdijk en als slotstuk maakte hij tijdens de coronapandemie een fraaie sculptuur ‘voor de zorg’: een bronzen man en vrouw die  hoopvol een paar duiven loslaten die de toekomst verbeelden. Het tekent zijn sociale instelling die hem ertoe bracht bij exposities altijd een deel van de verkoop af te staan aan een goed doel. De onthulling ervan in 2021 maakte hij helaas niet meer mee.

Drs Carole Denninger, (Auteur van de boeken over Kees Verkade en samensteller van zijn tentoonstellingen in Monaco en Den Haag)